Home   Brievenrubriek   Medewerking   Vragen   Onderhoud site   Links   Bronnen   Contact   Auteursrechten   Alle fotoalbums

Limburgse mijnen

Ingezonden brieven van mijnwerkers of andere belangstellende.  

 

Op deze pagina over de Limburgse mijnen staan ingezonden brieven van oud mijnwerkers. Wilt u ook een eigen stuk schrijven op deze site dan mag dat, stuur ons een e-mail met uw verhaal en eventueel een foto van uw onderwerp.

 

Geregeld bezoek ik de webpagina van de Limburgse Mijnen.
Ik zelf heb ook 17 jaar ondergronds gewerkt op de St. Mijnen. In het jaar 1950 op de St. Maurits maar toen op 1 Jan.
1951 alle N.Limburgers werden overgeplaatst naar de St.Emma was ook ik bij deze groep.
Die jaren op St.Emma werkte ik in de reserve ploeg werknr.4755.
Nu ik 80 jaar oud ben bekijk ik de oude foto's met een glimlach vooral die foto van de oude ingang van St.Emma.
Hoe ik daar in het begin doorliep met links in de hoek de verbandkamer en rechts het melkhuisje.
Het melkhuisje waar ik de eerste dagen zeer verwonderd zag dat bijna alle kompels na de dienst voor 1 dubbeltje
een beker warme melk namen met een....maatjes haring! (goed voor het stof zei men).
Ik durf te wedden dat deze combinatie nergens meer voorkomt. Later werd het ook hoofdzakelijk,warme melk met gevulde koek.
N.Limburgers maakte daar heel veel gebruik van, we moesten n.l. nog 1 1/2 reizen voordat we thuis waren.
Vele leuke verhalen hoor en lees ik over de mijnen, maar...weinig verhalen over die geweldige kameraadschap.
Laatst , op 3 Jan. waren er ook enkele oude mijnwerkers op TV-Limburg bij de presentatie van het nieuwe boek met verhalen over de mijn.
Maar op de vraag , wat was nu die geweldige kameraadschap? Dan antwoord men, gewoon je moest vertrouwen hebben in de kompel
boven en onder je vanwegen het gevaar. Ja , inderdaad dat was zo. Nou echte kameraadschap maakte ik dikwijls genoeg mee.
Ik werkte n.l. jaren lang samen met ene zekere Joep. Joep was uit het goede hout gesneden om zo maar eens te zeggen maar..... ik heb
zelden iemand ontmoet die zo nochelant was als hij. Zo zaten we eens bij aanvang van de ochtenddienst ondergrods in het personentreintje
de boterham te eten toen der Joep een geweldige vloek liet. Wat was gebeurd ?Joep had altijd z'n brood in zilverpapier gewikkeld en
had inplaats van de door zijn vrouw gesmeerde boterhammen een pakje gesneden roggebrood meegenomen ook in zilverpapier.
Nu begrijpt u wel op droog brood kan een mijnwerker geen prestatie leveren. Geen nood, want.....alle kompels gaven aan Joep wat van
hun brood, het was later zoveel dat der Joep, als die dat gewild had, wel een hele week ondergronds had kunnen blijven.
Dat voorval is me altijd bijgebleven, we hebben er dikwijls nog om gelachen. EN DAT WAS KAMERAADSCHAP!
J.M.Van Zon
Panningen
De website: www.limburgsemijnen.nl       © Bron René Schupp.

Met genoegen heb ik deze site bekeken. Een prachtige site vol informatie over vervlogen tijden. Enerzijds nostalgie en anderzijds realiteit. De kameraadschap en grote saamhorigheid was algemeen bekend. Veel is er over de mijnbouw gezegd en geschreven; ieder met zijn persoonlijk verhaal.

Na de sluiting van de mijnen kwamen ruim 60.000 mensen op straat te staan. Limburg had geen of weinig vervangende werkgelegenheid. Door de grote gas en olievondsten werden de mijnen overbodig. Voor de ouderen met vele dienstjaren was de sluiting een bittere pil. De jongeren hebben tijdig kans gezien om het zware en ongezonde beroep te ontvluchten.

Limburgers verknocht aan stad of streek; elders was de vraag naar personeel groot. Noodzakelijke volksverhuizingen werden een feit; Delfzijl, IJmuiden, Vlissingen, Breda, Eindhoven of elders…

Mijn Beleving
Na het volgen van de OVS werd ik als 17½ jarige knaap geconfronteerd met het zware en ongezonde beroep van mijnwerker. In Limburg generaties lang het hoofdmiddel van bestaan. Persoonlijke beleving of andere wensen telde niet. Toegegeven; de mogelijkheden waren beperkt en de lonen waren goed. De mijnsluitingen waren voor ouderen met vele dienstjaren een bittere pil. De jongeren kregen nieuwe kansen; gelukkig maar. Tussentijds zou echter nog het een en ander gebeuren.

Penningnummer
Mijn penningnummer 3207 van de OVS werd gewijzigd naar het nummer 1901. Tot de leeftijd van 18 jaar hadden wij een afzonderlijk kleed- en badlokaal. Hierna moesten wij ons onder de ´volwassenen´ voegen en kregen het definitieve penningnummer. Aan het ophalen en inleveren van deze penning was het loon gekoppeld. Zegge en schrijven kreeg ik penningnummer 1 (één); ik vond dit wel grappig.

Militaire Dienst
Mijnwerkers waren in principe vrijgesteld van militaire dienst; echter hiervan heb ik geen gebruik gemaakt. Als vrijwilliger ging ik naar de speciale opleiding van het ´Korps Commando Troepen.´ Pittige tijd; discipline en karaktervorming door grenzen te verleggen. De ´Groene Baret´ was voor mij de basis én rode draad voor verdere levensloop. Met heel veel dank aan instructeurs...!!!

Ondanks de zware opleiding heb ik deze tijd vele malen prettiger ervaren dan mijn ondergrondse jaren als sleper en houwer. Het zware en ongezonde werk; maar ook het verstoken zijn van daglicht, kwelde mij zeer.

Na mijn militaire diensttijd wilde ik aanvankelijk naar de Politieschool. Echter tijdens het opleidingsjaar moest men een groot deel van het salaris inleveren. Helaas woog dat wat overbleef niet op tegen het loon van een mijnwerker. Ook velen met een goede schoolopleiding doken de mijn in. Om die reden ben ik tot aan de sluiting van de mijnen ondergronds werkzaam gebleven. Kort vóór de mijnsluiting bezocht een vakbondsleider de mijn voor een excursie. Zijn beschrijving van deze excursie moge voor zich spreken...!!!

Excursie
Eerst jaagt men met de lift naar de 800 meter verdieping. Ik kreeg een beklemmend gevoel op de borst. Mijn oren begonnen te suizen. Als men beneden aankomt staan er natuurlijk geen antracietwanden gereed, waaruit de mijnwerkers met een pikhouweel de stukken antraciet kappen.

Neen, dan begint eerst een tocht door een lange, tochtige benauwde gang. Door deze gang rijden treinen die de kolen naar de schacht transporteren. Belangrijke personen laten zich wel eens graag in zo'n treintje fotograferen. Zo van: hier ben ik dan, honderden meters onder de grond, zelfs zwart van de kolen. Meestal staan die persoon er dan lachend op. Ontspannen heet dat.
Maar het huilen staat je nader dan het lachen als je die twee of drie kilometer lange gang achter je hebt gelaten en op handen en voeten kruipt door een pijler, waarin je haast niet kunt ademhalen. Waar je plat moet liggen, of op je zijde, om je tussen een woud van stempels door te wringen. Die stempels houden het antracietplafond op zijn plaats. Honderden; de enige steun om de zaak niet in elkaar te laten zakken.

Ik ben bang geweest in die ruim 200 meter lange, schuin oplopende pijler van 60 cm hoogte. Ik moest er over benen van andere mijnwerkers kruipen. Zwarte, tot het hemd toe bezwete mannen, die de koollagen loswoelen. Die dan zorgen dat de stukken brandstof op de transportband komen.

Die werken in wolken zwarte stof en die bijna alle slachtoffer worden van longaandoeningen. Ik wilde ze tellen, de stempels in die nauwe gang, maar bij tien ben ik opgehouden, omdat mijn aandacht alleen was geconcentreerd op de voor mij uit kruipende gids, die ik in het oog wilde houden.

Ik voelde mij zó verschrikkelijk alleen in die zwarte duisternis, soms minuten lang geklemd tussen twee stempels, die mijn ongeoefend lichaam niet doorlieten. Als ik vastzat of de kabel van de lamp bleef haken achter een uitsteeksel had ik de neiging om te gaan schreeuwen. Soms verbeeldde ik mij dat ik geen lucht meer kon krijgen.

Het enthousiasme waarmee ik de mijnwerkersgroet ´Glück Auf´ in het begin beantwoordde, was gauw verdwenen. Ik zag er eenvoudigweg geen kans meer toe. Het werd een onverstaanbaar gemompel, gesmoord in kolengruis onder mij, waarin ik soms met mijn gezicht terecht kwam. Af en toe gleden mijn benen weg in een waterpoel, mijn knieën schuurden over stukken antraciet, mijn vingers schrijnden door de beschadigde huid, waarin de kolensplinters venijnig prikten.

De helm, die ik in het begin van de tocht zo joyeus had opgezet, heeft tientallen malen mijn schedel gered. Niet alleen door het vallend gesteente op te vangen, maar ook om weerstand te bieden, aan mijn voortdurend botsen tegen de uitsteeksels van de steunbalken. Het was soms of ik de controle over mijn lichaam kwijt was. Ik bonkte van de ene stempel tegen de andere.

Mijn lichaam sopte van het zweet. Mijn handen kon ik niet gebruiken om het vocht van mijn gezicht te wissen. Die handen waren slechts twee kolenknoesten. Meter voor meter won ik terrein.

´Glück Auf.´ ik hoorde het niet meer. Achter mij geruis van vallend kolengesteente. ´Glück Auf.´

God wat is twee honderd meter lang. Die gang, die eindeloze gang van stof, hitte en duisternis; van kolengruis, stempels, honderden stempels waar je tussendoor wringt en die ik vervloekte omdat ze in de weg stonden naar een spoedig eind van deze tocht. Dat eind is gekomen, maar vraag niet hoe. Ik ben aan het kolenfront geweest. Eenmaal maar nooit meer........!!!

Met vriendelijke groet;

René Schupp

Hertogenlaan 34A

6461 BT Kerkrade

 

 

Ingezonden brieven van toen 1956-1957 een Chauffeur van V.A.V. :  brief uit De Mijn 1956-1957 © Bron De Mijn

Geachte Redactie,

AIs trouw lezer van Uw blad, dat ik steeds met vreugde begroet vraag ik beleefd onderstaande brief te publiceren.
Het komt de laatste tijd herhaaldelijk voor,dat arbeiders in de bussen spuwen. Dit is op de eerste plaats zeer ongezond, onsmakelijk en op zijn zachtst uitgedrukt hoogst onfatsoenlijk. Voor de mensen die na hen van de bus gebruik maken is dit zeer onaangenaam en de klachten welke ons hierover bereiken zijn dan ook legio.Wij richten een dringend verzoek aan de betreffenden deze handelwijze in het vervolg achterwege te laten, daar wij anders genoodzaakt zijn deze mensen voor bepaalde tijd de toegang tot onze bussen te ontzeggen. Wij hopen, dat wij in deze op de welwillendheid van de buspassagiersmogen rekenen. U beleefd dankend voorde plaatsruimte, verblijf ik met de meeste hoogachting, ......een chauffeur

 

Hallo Wiel,
 
Sinds een tijdje is m'n interesse weer wat aangetrokken wat betreft de steenkoolmijnen. Als kleinzoon van een mijnwerker kreeg ik de verhalen met de paplepel ingegoten, maar echt begrijpen kon ik 't natuurlijk niet, wat er zich onder- en bovengronds allemaal heeft afgespeeld hier in de regio. Gelukkig is er tegenwoordig een schat aan informatie te vinden op internet en mijn respect voor oud-mijnwerkers is groter dan ooit :-)
Opa is 4 jaar geleden overleden, dus de verhalen zoals hij ze vertelde zijn herinneringen geworden. Gelukkig heb ik echter de kans gehad om van opa en oma het huis te kopen. Ik woon hier nu vanaf 2002 en ondanks dat ik veel heb veranderd, zijn er nog veel dingen die mij aan hun (oma leeft gelukkig wel nog) doen herinneren. Doordat zij dit huis in 1958 hebben laten bouwen en hier tot januari 2002 hebben gewoond is het wat mij betreft een echte mijnwerkerswoning.
Nou ben ik altijd al een nostaligisch persoon geweest, maar nu ik m'n eigen plek (en dus ook plaats) heb, vind ik het leuk om oude gereedschappen een plekje te geven in mijn tuin. M'n laatste aanwinst is een mijnstut, gekregen van een oud-collega die, voordat hij bij JCB in Ulestraten (waar wij samengewerkt hebben), altijd melkboer is geweest in de regio Kerkrade-Terwinselen. Daar heeft hij ooit die stut gekregen, maar heeft jarenlang in z'n garage gelegen totdat ik hem vorig weekend kreeg. Natuurlijk heb ik 't ding meteen een opknapbeurt gegeven en inmiddels staat hij al in de tuin! Ook heb ik enkele titan-stijlen, waarvan ik er vandaag weer eentje van uitelkaar heb gehaald ter "restauratie".
Verder vond ik tijdens graafwerkzaamheden afgelopen najaar onder het tuinpad nog een boorstang van 2 meter lang, met een koelkanaal erin en een wolfraam snijkop erop. Deze zat rechtop de grond ingeslagen, 30 cm onder het tuinpad. Zelfs oma weet niet hoe dat ding er komt, dus dat zal altijd een mysterie blijven! Het was een hele klus om de boor uit de grond te krijgen, zelfs met 't minigravertje wilde het niet lukken, maar met wat inventiviteit en een degelijke kettingtakel is het toch gelukt! Ik heb 't ding uiteindelijk wat rechtgebogen en het koelkanaal met een speciaal hiervoor gemaakt boortje weer opengekregen en nu hangt hij aan m'n afdakje, waar zo langzamerhand steeds meer allerhande oude gereedschappen onder staan. 
Ditzelfde afdakje wordt ondersteund door een speciale vijzel, van 3 meter hoog, die eigendom is geweest van fa. Dabekausen uit Beek en heeft dienst gedaan in/bij de mijn Emma. Exacte gegevens hiervan zijn onbekend. Maar, wellicht heeft u eens tijd om eens te komen kijken en misschien is het leuk als u er een paar foto's van op uw website zou plaatsen. Misschien komen er nog leuke reacties op!
 
Alvast bedankt voor uw aandacht en wellicht tot ziens,
 
Met vriendelijke groet,
 
Marcel Koenen
Brunssum

© www.limburgsemijnen.nl

 

Beste Heer.
Bij deze wilde ik mij medewerking geven om in ieder geval enige wetenswaardigheden op papier te zetten van mij werkzaam leven bij de mijn EMMA. IK ben werkzaam geweest vanaf 15-03 1954 tot en met 30 -07-1965 

Als o-v-s.er postsleper-hulphouwer-en houwer ben in 1966 als een van de eerste Limburger naar Breda verkast om van het zwarte goud te gaan werken in het witte garen, ik kan wel vertellen dat het een grote overgang was. Tijdens mijn mijnjaren, ben ik dikwijls met de pungel achterop de fiets naar Hoensbroek gereden ging eerst dansen in ONS HUIS op de Passart [nacht dienst injecteerploeg 24uur beginnen ] het was een prachtige tijd, en denk er nog vaak aan terug.

Nu geniet ik van mijn pensioen .Heb mijn carrière bij AKZO -NOBEL succesvol af gesloten als leidinggevende.
 Groetend  SEF POSTUMA  oud mijnwerker

 

Beste Wiel,
 
Je mag mijn verhaal(tje),met naam en toenaam,rustig plaatsen.
Ik wil je verder feliciteren met je webside over de mijnen.
Het is jammer dat er zoveel verloren gaat over de mijnen.
Ik heb me voorgenomen om zoveel mogelijk "opschrift"te stellen.
 
Even vertellen wie ik ben.
Ik ben geboren in Kerkrade.Onze familie was een echte"koelfamilie".
Vader was Chef Mijnmeters en Mijnschade op de Dom.Mijn.(met 54 dienstjaren)
Mijn broer was Prof.aan de TH van Eindhoven en doseerde daar Hydroliek.
In opdracht van Prof.Velzenboer(Th Delft)heeft hij gewerkt aan hydraulische motoren voor in de Mijnen.
Daarvoor had hij op Stm.Wilhelmina de beschikking over een "ophau"van 50 meter om te expirimenteren.
Als de mijnen open gebleven waren dan waren we zeker van die bakbeesten van e-motoren aan kop-en voetpijler afgeweest.
De hydraulische-motoren hadden een afmeting van 1 bij 1 meter gehad.
Maar helaas in 1965 was alles over.
Zelf was ik mijnbouwkundig-opzichter op de Stm.Emma.(Ik wilde niet op de Dom.Mijn werken omdat daar mijn vader"de broek"aan had).
Ik heb de Mijnschool nieuwe stijl gevolgd.
We moesten in twee en een half jaar klaar zijn.
Bij het sluiten van de Mijnen ben ik als chef naar de Chem Bedrijven D.S.M. gegaan.
Sinds 1994 ben ik gepensioneerd.
Ik heb op Bases Scholen veel les gegeven aan de laatste jaars over de Mijnbouw in Limburg.
 
Nogmaals veel succes met je prachtige webside en je kunt altijd een beroep op mij doen!
Glück Auf:
 
Schlösser MJF
Driekuilenstraat 5
6181 ET Elsloo LB.
m.schlosser@planet.nl

 

Geachte Redactie,

Er was nog een mijnwerkers vervoerder en dat was het vervoersbedrijf van Hub Janssen.Gevestigd op de Huls te Simpelveld. Hij vervoerde mijnwerkers van de Huls naar de Stm.Emma en Stm Hendrik.De bussen waren afgedankte touring-cars,maar deze waren nog in prima staat!De mijnwerkers werden lettelijk in de "pleuss"naar de mijn vervoerd.Zelf heb ik het volgende meegemaakt:Opweg naar de Stm.Emma liep de route naar de Stm.Emma o.a. via de Kunraderberg naar Hoensbroek.Op een dag dat ondergetekende middagdienst had liep in het midden van de Kunraderberg een van de twee wielen van de links-achter as af.Dit wiel passeerde vervolgens de chauffeur(dat was de Hr.Janssen zelf).Het ontlokte hem de uitspraak:"Ik zal maar eens stoppen,dit kan wel eens een wiel van ons zijn! Gelukkig waren de achterwielen dubbel uitgevoerd en konden we nog veilig stoppen!Over humor gesproken opweg naar de mijn! Glück Auf! Schlösser MJF
Driekuilenstraat 5
6181 ET Elsloo LB.
m.schlosser@planet.nl

www.limburgsemijnen.nl

Hoi Wiel,
Op de eerste plaats wil ik je complimenteren met de site over de Mijnen.
Ik zelf ben al enkele jaren op zoek naar oud leerlingen van de O.V.S.  Staatsmijn Emma 1962.
Van verschillende personen heb inmiddels het adres,maar van nog niet van iedereen.
Het lijkt me leuk om elkaar na zo veel jaren weer eens te zien en te spreken.
Van hier  onder vermelde personen heb ik nog geen adres of andere gegevens .
Frans Zawada, Karel Bos, Hein Vogelzang, John Backus, Jac Reinders, Jan Claesen, Frits Achten. Wim Bos.
Enkele namen waarvan ik wel het adres heb zijn , Ronnie Piepot, Jac Hoeymakers, Toon Schuyling, Piet van de Kerkhof, Ben Hartman, Henk Abbink, Jules Vossen,Wim Slootbeek . Jan Engelen
Van enkele personen ben ik de naam vergeten,  maar wie weet, als ze dit bericht lezen,  melden ze zich spontaan.
Wie zat in deze periode ook in deze klas ?
Misschien kunt U mij een tip geven hoe ik deze mensen kan opsporen.
Ondergetekende speelde in de film: Mijn Verleden (Kolen en Kompels)de rol van zoon Smeets ( Kees)
Diegene die toenmaals mijn (vader) speelde zou ik best nog wel eens willen zien .
 
Hopende op plaatsing en veel positieve reactie`s, verblijf ik met vriendelijke groeten,
 
Jules Vossen
Hoofdstraat 76
6061 CE POSTERHOLT       tel. 0475-401305

 

 

Weet iemand van de oud mijnwerkers antwoord op de volgende vraag van Jack.

Van de ON-2 is mij altijd wat onduidelijk gebleven welke schacht welke was. De schachtbokken zijn duidelijk verschillend geweest door de jaren heen: een had een "dakje" ,de andere niet. De laatste bok was ook smaller en hoger. zover ik weet was de eerste (met dakje) schacht 1 en de laatste schacht 2 Wie weet of dit klopt.

Als u het antwoord weet stuur het mij per mail dan stuur ik het wel door naar Jack. alvast bedankt

 

Ingezonden brief van Henk Roebbers: oud mijnwerker, Hij heeft in de jaren'50 op de staatsmijn Emma gewerkt van 1953 op de OVS en daarna ondergronds, van de OVS tijd heeft hij een werkboek bijgehouden over deze drie jaren,passages uit dit boek zal in terzijner tijd publiceren.  

  

 

Een handgeschreven gedicht van Jo Storms een oud mijnwerker van de staatsmijn Emma 

Een handgeschreven gedicht van Jo Storms een oud mijnwerker van de staatsmijn Emma 

 

Ingebracht door Leo en Mien Sandering Palm 08-12-2007

Beste Wiel,

 Op 3 december 2007 heeft de KBO Nuth weer een Barbara viering gehouden met daarna koffie en vlaai. De heren Wim Schoenmakers en Jules de Groot (Jules geboren in Nuth) verzorgden een prachtige dia lezing over de mijnen en waar ze ons wezen op hun internet site. Al surfend kwam ik op de site van jou terecht die ik met bewondering gelezen en bekeken heb. Wat een werk is dat geweest. Wat mogen we toch blij zijn met de mensen die dat willen en kunnen, en waar jij ook een van bent, die het mijn verleden op deze wijze op internet plaatsen want ik denk dat het al zo langzamer hand vijf voor twaalf is. Zelf heb ik 21 jaar op  de Emma gewerkt, eerst op de OVS en daarna ondergronds en na de sluiting nog 26 jaar op de HD. fabrieken, daarom was ik aangenaam verrast door de hoeveelheid informatie op je site. Geweldig gedaan en zeer bedankt hiervoor en ook aan allen die een steentje hebben bijgedragen om dit te realiseren.Verder wens ik je veel succes met je prachtig werk.

 Groetjes van Leo en Mien Sanderink - Palm.

 

Ingebracht door : Bart Lendfers op 06-12-2007

In 1929 werd in opdracht van de Staatsmijnen aan de Oirsbeekerweg op het
adres E31 (later Molenweg 12) in Oirsbeek een villa gebouwd voor de
toenmalige hoofd-bedrijfsingenieur van de Staatsmijn Emma, Dr. Daniël Pieter
Ross van Lennep. Deze villa kreeg de naam 'Huize Zonnekamp'. Op 26 april
1930 kwam de villa gereed en verhuisde de heer Ross van Lennep samen met
zijn echtgenote Sophie Ross van Lennep-Blumenau van hun woning aan de
Emmastraat (later Pancratiusstraat) in Heerlen naar hun nieuwe villa in
Oirsbeek. Daniël Pieter was op 10 april 1912 in Apeldoorn in het
huwelijksbootje gestapt met zijn echtgenote. Bijgaand een foto van de villa.
Wellicht leuk voor uw site.
Groetjes, Bart Lendfers