Home   Brievenrubriek   Medewerking   Vragen   Onderhoud site   Links   Bronnen   Contact   Auteursrechten   Alle fotoalbums

Gedichten van en over Mijnwerkers -Limburgsemijnen

Wilt u deze foto's copieren voor op facebook of elders te plaatsen , dat hoeft Uniet te doen dat kan ik zelf ook doen.

 

De Mijnsluiting

 De mijnwerker
diep onder de grond
zoekend naar
het zwarte goud

Maar de man
die moest delven
hij werd niet oud

Zijn longen barstten
door het zwarte stof
zijn huid werd ruw en grof

Dr was de sterke
verbondenheid onder elkaar
kameraden voor het leven
zouden hun leven geven

Maar .........
wat niemand geloofde
werd waar
het kabinet nam besluiten

Menigeen huilde
En de mijnen
zij gingen sluiten
 

Maus Sturmer, landgraaf
10 September 2008 

Dit gedicht is ook te lezen op gedichten van Maus Sturmer

 

 

 

 

De Mijnwerker 

Soms kilometers lopen

in weer en wind

de dag moest nog beginnen

met het zorgen voor

vrouw en kind

 

 Diep in de mijnen

graven naar kool in steen

af en toe een woord of vloek

hun behoefte gewoon

in een hoek

 

Zwart als de raven

kwamen zij uit de schacht

Vermoeid van 8 uur werken

Een douche en schone kleren

en dan naar huis

De berg op stijl omhoog

waar vrouw en kind

op ze wacht 

copyright Maus Sturmer

Landgraaf, 4 september 2008 

 

  Dit gedicht is ook te lezen op gedichten van Maus Sturmer

 

KOEMPELPALAVER

ZilverSnijders

 

Stefan Snijders & Anna Bemelmans

Augustus 2008

Inhoudsopgave Koempelpalaver

Inleiding -3-

 

Waar de aarde je van de aarde scheidt -4-

 

Dr Opa woar Koempel/Opa was mijnwerker -5-

 

Tutti Cadaveri De ramp in Marcinelle -6-

 

Vergeten Goud -7-

 

Glck-auf -8-

 

Morgen -9-

 

Koempelpalaver De mijnen Inleiding

Gefascineerd door het slopende en gevaarlijke leven van mijnwerkers, is ZilverSnijders zich verder in dit onderwerp gaan verdiepen. Natuurlijk is er ontzettend veel informatie op Internet te vinden, niet in de laatste plaats door een aantal oud-mijnwerkers die er een levenstaak van gemaakt hebben om een schat aan ervaringen, fotos en relikwien te verzamelen. Voor wie verder wil kijken, plaatsen we in de nota enkele links naar websites en een paar boek- en muziekverwijzingen.

Het is niet altijd een mooi verhaal, en als je dichterbij het onderwerp komt, krijgt de romantiek vaak al snel een heel rauw randje. Uit de gesprekken met en over oud-mijnwerkers (koempels of koelpiet genoemd) blijkt vooral de ook letterlijk donkere kant van het leven ondergronds, de ziektes of kwalen die je er kan oplopen. De vele verhalen over missende lichaamsdelen, vooral vingers en handen, de levenslange verminkingen door het wegschieten van een stut of voortijdige ontploffingen van het dynamiet waarmee gewerkt werd, en zelfs onthoofdingen door kolentreinen; het geeft een kijkje op een wereld die je in een film verwacht, maar niet als dagelijkse realiteit van zovele mensen, waaronder mogelijk zelfs je eigen familieleden. Toch spreekt uit de verhalen van de koempels veelal de liefde voor dat leven, en een heel groot deel zou morgen weer teruggaan naar de mijnen als die mogelijkheid zou bestaan. Alle gevaren en barre omstandigheden worden als vanzelfsprekend op de koop toe genomen, en dat zegt ook wel iets over het leven en denken van vroeger. Het was gewoon niet anders

Uiteraard gaat het niet enkel om de steenkolenmijnen in Zuid-Limburg maar om mijnen overal ter wereld. Denk aan de mijnramp in Marcinelle te Belgi, waar op de vijftigste verjaardag van de mijn op 8 augustus 1956 brand uitbrak. Bij deze grootste mijnramp ooit in Europa lieten 262 mensen het leven.

Niet zelden worden we ook tegenwoordig nog opgeschrikt door (bijna-)rampen, zoals de gasexplosie in een kolenmijn in China waarbij in februari 2005 meer dan tweehonderd doden vielen. In 2004 stierven in China zesduizend mensen bij mijnongelukken. Ook in Rusland komen er, mede door het gebrekkige onderhoud en het achterblijven van investeringen in de mijnsector regelmatig ongelukken voor.

Bij het horen van de slachtofferaantallen, is het eigenlijk vreemd dat deze sector zo weinig aandacht krijgt, in een tijd waar ieder groot of klein ongeluk onmiddellijk leidt tot onderzoekscommissies, lijvige rapporten en verbetervoorstellen.

Er zou veel geschreven kunnen worden, het is een onderwerp dat daartoe uitnodigt. Voor nu hebben we ermee willen volstaan onze impressies in een aantal gedichten te verwerken, en deze serie zullen we in aansluiting op deze inleiding plaatsen.

Mogelijk dat we later nog een keer terugkeren naar de mijn en al haar helden

Stefan Snijders & Anna Bemelmans

Gebruikt dialect : Heerlens

Boeken:

Herinneringen aan de mijn Willem-Sophia Manuscript van Frans Pilipiec

De mijnen gingen open, de mijnen gingen dicht Bert Breij ISBN 90 6113 511 7

De mijnsluiting in Limburg Dr F.A.M. Messing ISBN 90 6890 214 8

Muziek (http://www.moorsmagazine.com/muziekbak/carboon.html )

- Witste nog Koempel Carboon - (Telstar TCD 10140-2 als CD uitgebracht in 1993)

- Dr letste Koempel deedt de lamp oet Carboon - (Marlstone CDL 9305, 1993)

http://www.limburgsemijnen.nl/

Waar de aarde je van de aarde scheidt

Zij groeven met nijvre vlijt;
dagen, nachten, mergel, krijt.
Bouwe ongergronds vuur dr sjtaat.
Zo de aarde aan twee kanten snijdt.


Zij droegen, zwoegden met mandaat;
hun noestheid onbegrepen, zelfs gehaat.
Loeter koalesjtub en miensjezjweit.
Zo kamraadschappelijkheid ontstaat.


Waar het duister voor het daglicht pleit.
Woe de ed dich van d ed afsjeit.

 

Wie kiest er voor zn heldendaad?
Al vuur verwantsjaf, al vuur dr kammeroad

Nota:

Bouwe ongergronds vuur dr sjtaat ondergronds bouwen voor de staat

Loeter koalesjtub en miensjezjweit enkel kolenstof en mensenzweet

Woe de ed dich van d ed afsjeit. waar de aarde je van de aarde scheidt

Al vuur verwantsjaf, al vuur dr kammeroad alles voor verwant/vriendschap, alles voor de kameraad

Dr opa woar koempel

 

over jouw lippen kwam nooit een klacht
aan het eind draaide je enkel dienst in de nacht
telkens opnieuw liet je je gezin alleen
om de kost te verdienen onderin de schacht

 

dr opa drint zich de koelsigrette,
jiddes kier zes per nach
die hat he bei sich in ing platte zilvere sjach

 

met zn tween in een gang van steen
werken was, liggend, tijgerend erdoorheen
werd je hiervoor grootgebracht?
oogsten voor andermans schoorsteen

 

de oma sjmiert de koelbttramme,
hat broed en wek mit cervelaat gemakt
in vetvrei papier mit ing gezet verpakt

 

een grijsblauwe mijnhanddoek waarin je vracht
wijl je met longen vol kolenstof naar adem smacht
uiteindelijk ging je daardoor van ons heen
niemand heeft ooit lange termijn gedacht

 

de koellampe hant de hoeg heere,
diene pungel en halsdook han ich op dr kapsjtok hange
mer du bist voetgegange

Nota:

Strofe 2:

opa draait zijn mijnsigaretten/

iedere keer zes per nacht /

die neemt hij mee in een platte zilveren schacht

Strofe 4:

Oma smeert de mijnboterhammen

heeft bruin- met witbrood en cervelaat gemaakt

in vetvrij papier en een krant verpakt

Strofe 6:

De mijnlamp is in het bezit van de hoge heren

je ransel en handdoek hangen hier op de kapstok

maar jij bent weggegaan

 

Tutti Cadaveri - De ramp in Marcinelle

Slechts luttele momenten

na het sterven van de nacht,

daalden zon driehonderd af,

als immer, in de schacht.

 

De kooi blokkeerde in de mijn.

Cassage was nooit een probleem,

maar deze dag, weldra,

sloegen de vlammen om hen heen.

 

Tweehonderdtweenzestig,

uit twaalf streken van de wind,

lieten evenzoveel weduwen,

alleen achter met hun kind.

 

Na vijftien dagen bergen,

kon men de gevolgen overkijken,

waarop die ene redder riep:

Tutti Cadaveri: Allemaal lijken.

 

 

 

Vergeten goud

 

men roemt Limburg om zijn groene heuvels

maar nimmer om de zwarte kuilen en gaten

welke na ontginning van de mijnen

dit land als aandenken werden gelaten

 

naast gescheurde gebouwen, onbewoonbare huizen,

werd de schacht menig kompel tot sarcofaag

en met het roven van antraciet uit de aarde

reisde de grond mt het mijnen metersdiep omlaag

 

 

haast is het niets meer dan enkel historie

maar gebleven monumenten vertellen het verhaal

eren de mannen die dagelijks hun leven waagden

Dr Joep, Sint Barbara, de Domaniaal,

 

 

zo sneuvelden koempels, huizen, en banen

mijnschade kleurde t land van de koel langzaam grauw

wat is welvaart behaald over koolstof in longen

klatergoud slechts, getooid met een randje van rouw

 

 

Nota:

{link,http://www.kerkrade.nl/site/data/image/1723.jpg,*Dr Joep*}

Sinds 1957 staat dr Joep, het nationale monument van de mijnwerkers, op de Markt in het centrum van Kerkrade. Het is een van de monumenten die ook tegenwoordig nog aan het rijke mijnbouwverleden van Kerkrade herinneren.

In 1939 lanceerde Kerkradenaar Jean Hermans, zoon van een verongelukte mijnwerker, het idee om een monument op te richten ter ere van de mijnwerkers in de Mijnstreek. De situatie destijds (WOII) liet uitvoering van dit plan echter niet toe. In 1954 werd een comit monument voor de mijnwerker opgericht om de plannen alsnog te verwezenlijken. Volgens het comit moest het nationale mijnmonument in Kerkrade komen omdat die plaats het centrum was van de mijnindustrie in Nederland. In 1955 werd een aantal kunstenaars via een prijsvraag uitgenodigd met de volgende opdracht: "Vervaardig een model voor de mijnwerker, in een figuur op voetstuk, waarin de adeldom van zijn arbeid, zijn stoere kracht en grootheid als mens wordt uitgebeeld. Het monument is tevens bedoeld als hulde aan hen, die hun leven verloren bij de uitoefening van hun beroep en aan hen, die als eersten de kolenontginning ter hand namen: de monniken van Rolduc." De inzending van de Amsterdamse kunstenaar Wim van Hoorn werd het hoogste gewaardeerd. De naam dr Joep verwijst naar St. Jozef, de patroonheilige van de arbeid.

Sint Barbara

De beschermheilige van onder andere de mijnwerkers is Sint Barbara. In de oude mijnstreek was 4 december, de feestdag ter ere van haar, vroeger een feestdag.
Ze wordt vaak afgebeeld met een bliksemschicht of toren in haar hand.
In het hoofdkantoor van chemieconcern DSM (voormalige Dutch States Mines, thans staan de letters nergens meer voor) staat een beeld van Sint Barbara evenals andere objecten die aan het mijnverleden herinneren

De Domaniale http://www.domanialemijn.nl/frame2c.php

Aan de Domaniale Mijnstraat in Kerkrade staat ter hoogte van de Kipstraat een hoog, markant gebouw met lichtgeel bepleisterde muren. Het is de toren van schacht Nulland, n van de weinige tastbare herinneringen aan de mijnbouw in het Land van Rode. De mijnschacht in het Kerkraadse stadsdeel Nulland werd meer danhonderd jaar geleden klik de link voor fotos en informatie

Glck-auf

 

Ik liet nimmer geluid horen, als ik kuste,

welterusten, tot weerziens

en even zwijgend nam k de penning,

bij de aanvang van mijn dienst.

 

Uit zwartvermoeide monden,

klonk glck-auf van de nachtploeg

die weldra thuis zou rusten,

of toosten op hun afloop in de kroeg.

 

Waar ik het eerste streepje daglicht,

ruilde voor t duister, de molton

en met t vertrouwen van mijn maats,

mijn geboortegrond ontgon.

 

Waar ik negen uren doorbracht,

Voor de vrije zonnemensen

en waarop ik mijn penning teruggaf,

om de nieuwe dienst glck-auf te wensen.Nota:

"Gluck auf", de groet van mijnwerkers; dit zeiden ze tegen elkaar als ze afdaalden in de diepten van de steenkoolmijnen. Het betekent zoveel als "behouden terugkeer"

 

Morgen

 

Ik ging morgen weer terug

ondergronds aan t werk met de kameraden

nieuwelingen met de koelsjtamp ontgroenen

elkaar poekelen bij het baden

 

Ik ging morgen weer terug

proemesjiek tegen n droge bek

kakken op de schop of in dr kiebel

onderin boetere met brood en spek

 

Ik ging morgen weer terug

zou meteen mijn pungel klaarmaken

n mijnlamp meenemen tegen t gas

en over elkaars leven waken

 

Ik ging morgen weer terug

velen noemden ons zwoegen slavernij

en toch, de saamhorigheid die we beleefden

ging verloren in de haast van de maatschappij

Nota:

Koelsjtamp ontgroening van nieuwe mijnwerkers, men hield een schop tegen je achterste en sloeg daar met een hamer op.

Poekele onderling elkaars ruggen wassen in het badlokaal.

Proemesjiek pruimtabak, tegen een droge mond. Beneden mocht uiteraard niet gerookt worden vanwege het gevaar. De pruimtabak hielp speeksel aan te maken, waardoor je geen kurkdroge mond van het stofslikken kreeg.

Boetere ondergronds nuttigen van botterhammen, tussen het werken door, gewoon met je pikzwarte handen.

Kiebel ondergrondse ton, die als wc diende, als je in een gang lag, kon je daar niet naar toe, dan moest het maar op je mijnschep, en daarna ergens onder kolengruis begraven worden, of door een gat zodat het de gang eronder terechtkwam. Niet altijd even fris dus.

Pungel - een blauw/grijs geblokte handdoek waarvan de inhoud bestond uit de dagelijkse of wekelijkse mijnwerkerskleding. Deze werden aan haken opgetakeld in het badlokaal zodat de spullen droog bleven.