Home   Brievenrubriek   Medewerking   Vragen   Onderhoud site   Links   Bronnen   Contact   Auteursrechten   Alle fotoalbums

Limburgse mijnen

 

Geologische bureau

Het geologische bureau lag aan de akerstraat te Heerlen

 

Meer dan 250-millioen jaren geleden, in de
zgn. carboonperiode, maakte Zuid-Lim-
burg deel uit van een uitgestrekt bosgebied
met weelderige plantengroe!. Hoge schub-
en zegelbomen wisselden af met lage varens
en paardestaartachtige gewassen.
Regelmatig verdwenen deze carboonwou-
den tengevolge van overstromingen en bo-
demdalingen. Onder water vergingen zij tot
veen, waaruit later na verloop van vele
eeuwen, steenkoollagen zijn ontstaan, Bo-
ven het veen zette zich rivierbezinksel af.
Voornamelijk klei en zand: de latere zand-
en leisteenlagen.
Deze en vele andere interessante wetens-
waardigheden over de opbouw van de Lim-
burgse bodem zijn het resultaat van nauw-
gezette onderzoekingen van het in '1908
opgerichte Geologisch Bureau voor het
míjngebied te Heerlen.
Een instituut dat overigens niet terwille van
de geologische wetenschap tot stand kwam,
maar louter en alleen ten behoeve van de

zich in die tijd snel ontwikkelende kolen-

mijnbouw in Limburg

www,limburgsemijnen.nl © De Mijn 1960-1961

Advies.bureau bij uitstek
Voor de stichters van nieuwe mijnen was
het immers van uitermate groot belang om
met behulp van geologische studies nader
geinformeerd te worden over de juiste lig-
ging van de kolenlagen, alsmede over be-
paalde storingen in de bodemstructuur.
De taakomschrijving voor het nieuwe bu-
reau - voortgekomen uit de Rijksopspo-
ringsdienst van Delfstoffen, welke in '1907
onder leidingvan de bekende geleerde mr. d r.
ing. W. A.J. M. van Waterschoot van der
Gracht aan een systematische bestudering
van het Limburgse mijndistrict begon-luidde
dan ook: ,,het verzamelen van alle geologi-
sche gegevens, welke voor de mijnbouw van
belang kunnen zijn, alsmede het verstrekken
van adviezen aan de mijnondernemingen.,'
Meer dan een halve eeuw lang heeft het Ge-
ologisch Bureau zich zorgvuldig van deze
taak gekweten. Aanvankelijk concentreerde
de aandacht van de aan het instituut ver-
bonden geologen zich voornamelijk op de
bestudering van de ligging en de samenstel-
Iing van de verschillende aardlagen, met na-
me de koollagen. Dit werk, aangeduid met
de wetenschappelijke term : Stratigrafie, ver-
 

 

 

eiste uitgebreide onderzoekingen, bestaan-
de uit het verrichten van diepteboringen tot
twaalfhonderd meter, het analyseren van
boorkernen o.a. met behulp van gevonden
fossielen en het uitwerken van de aldus ver-
kregen gegevens. Een en ander resulteerde
tenslotte in waardevolle rapporten welke
in vele gevallen de basis hebben gevormd
voor de uiteindelijke ontginning van de
Zuid-Limburgse kolenlagen.
Soortgelijke onderzoekingen zijn kortge-
leden ingesteld ten aanzien van het Vlo-
dropveld en vrij recent ook ten aanzien van
de Peelvelden. De geologische studie van
het Peelgebied is inmiddels voltooid, maar
dit betekent geenszins, dat de taak van het
Geologisch Bureau hiermee teneinde is.
lmmers niet alleen voor nog te ontginnen
mijnen verricht dit instituut bijzonder nut-
tig werk, maar ook voor reeds lang be-
staande mijnen. Regelmatig heeft de mijn.
bouwkundige namelijk de geoloog nodig,
wanneer het gaat over kwesties als breu-
ken, zandbanken, mijnwater, ontginning van
nieuwe lagen, waarbij de aard van het dek-
terrein vaak een grote rol speelt etc. In all
deze aangelegenheden kan de mijnbouw-
kundige steeds rekenen op goed gedocu-
menteerde studies en adviezen van het Ge-
ologisch Bureau.
 

 

Geologisch onderzoek van groot belang voor de ontginning van delfstoffen.

www,limburgsemijnen.nl © De Mijn 1960-1961


Geologische assistenten

Ten behoeve van het geologisch werk voor de míjnen zijn in alle
ondergrondse bedrijven een of meer geologischeassistenten werk-
zaam, die regelmatig o.a. door middel van cursussen instructies
van het Geologisch Bureau ontvangen, maar voor het overige per-
soneelsleden zijn van de afzonderlijke mijnen. In onze onderne-
ming zijn vader en zoon Kohlen als geologische assistenten werk-
zaam. Zij werkten nauw samen met de hooÍdassistent (een func-
tionaris van het Geologische Bureau), die op zijn beurtweervoorr-
durend in contact staat met de wetenschappelijke staf van het in-
stituut, dat onderleiding staat van dr. R. J. H. Patijn.

werkcollectie
van Prof. Jongmans
wereldvermaard


Zijn voorganger dr. A. A. Thiadens, die tijdens zijn verblijf in
Heerlen gezorgd heeft voor een efflcient werkend en goed ge-
organiseerd apparaat ten behoeve van het geologisch onderzoek
voor de rnijnen - een voorbeeld voor vele buitenlandse mijnbek-
kens - is sinds 1956 directeur van de Geologische Stichting, waar-
van het Geologisch Bureau te Heerlen en de Geologische Dienst
te Haarlem onderafdelingen zijn.
Deze structuur dateert van 1936. Voordien t,w. van 1924 tot1936.
was het Geologisch Bureau een stichting van de gezamenlijke
mijnen.

Nauwe samenwerking met de mijnen
De daarna doorgevoerde wijziging doet overigens niets af aan her
feit, dat de Geologische Stichting, welke rechtstreeks ressorteerd
onder het Ministerie van Economische Zaken, nauw met de Lim-
burgse mijnen verbonden is, speciaal het Geologisch Bureau,
Duidelijk blijkt deze relatie uir de subsidiëring van het instituur
(subsidiérende instanties zijn het Rijk en gezamenlijlkce mijnen),
alsook uit de bestuurssamenstelling. ln het huidige bestuur, onder
voorzitterschap van prof. dr. ir. F. J. Faber, hebben diverse mijn-
functionarissen zitting. Namens Laura & Vereeniging maalt dr. ir.
J. M. Deenen deel uit van dit bestuur.
De relatie Geologisch Bureau - Mijnen impliceert niet, dat het
bureau geen adviezen aan derden verstrekt. Het tegendeel is het
geval. Tal van instanties en particuliere bedrijven doen meer dan
eens een beroep op het instituut"
Wat Zuid-Limburg betreft denken wij o.a. aan geologische studies
met betrekking tot de samenstelling van het zeer gevarieerde
dekterrein, waarbij ontgrinders en exploitanten van zilverzand-,
mergel- en kleigroeven in hoge mate geinteresseerd zijn, alsook
aan adviezen over eén voor onze streek bijzonder actuele kwestie:
de drinkwatervoorziening.
Op verzoek van Laura & Vereeniging is kortgeleden nog een
onderzoek ingesteld naar de mogelijlcheden om grondwater uit de
Rimburgse bodem aan te boren. Uiteraard maken ook de Lim-
burgse waterleidingmaatschappijen een dankbaar gebruik van de
diensten van het Geologisch Bureau,

 

lnternationale reputatie


Niet ten onrechte, aangezien deze instelling
in de loop der jaren een goede naam heeft
verworven en waarlijk niet alleen in ons
land, maar ook in het buitenland, zoals di-
verse adviesaanvragen van buitenlandse on-
dernemingen bewijzen. Zeer recentelijk
heeft het Geologisch Bureau o.a. onderzoe-
kingen verricht in Turkye en Spanje.
Het werk van vermaarden geleerde als dr.
W,A.J.M. Van Waterschoot van der
Gracht, prof. dr. W. J. Jongmans (van 1921
tot 1946 directeur van het Geologísch Bu-
reau) en diens naaste medewerker F. H. Van
Rummelen, is hier stellig debet aan.
De vele studies van deze geleerden genieten
in brede kring bekendheid, evenals de door
prof. Jongmans samengestelde fossielen-
collectie. Een verzameling, welke én van-
wege de in Zuid-Limburg gevonden car-
boonfossielen én vanwege het uit vele delen
van de wereld ontvangen vergelijkingsmate-
riaal uniek genoemd mag worden. De werk-

collectie Jongmans, opgesteld in een aparte
ruimte van het Geologisch Bureau aan de
Akerstraat 86 te Heerlen, heeft geleid tot
het ontstaan van een interessant museum.
niet alleen voor de wetenschappelijke be-
oefenaars van de geologie, maar ook yoor
een grote groep personen, die belangstel-
ling aan de dag leggen voor de wordings-
geschiedenis van de Limburgse bodem.
Zij treffen er zeer bijzondere fossielen aan,
o.a. brokken steenkool met duidelijke af-
drukken van takken van de woudreus, de
lepidodendron (schubboom), van fraaise
moerasvarens en zelfs hele versteende boom-
stammen van de sigillaria of zegelboom.
Dank zij een merkwaardige speling van de
natuur is een van deze boomstammen voor-
zien van afdrukken van zoetwaterschelpen.
Minstens even interessant zijn de carboon-
stenen met afdrukken van zoetwaterkreeft-
jes, van vissen en van insecten, alsook de in
storingsgebieden gevonden mineralen (ert-
sen) of de voorbeelden van plooi-gesteenten

Binnenkort ruimere huisvesting
Jammergenoeg laat de opstelling van deze
stukken, door een nijpend ruimtegebrek,
veel te wensen over, Gelukkig komt in deze
toestand spoedig verandering, aangezien het
Geologisch Bureau over enige tijd de be-
schikking krijgt over een groter gebouw
(het voormalige O.N. pension aan de
Valkenburgerweg te Heerlen). Niet al-
leen het museum, maar ook de andere
afdelingen van het Geologisch Bureau: het
boringenarchief, de bibliotheek met do-
cumentatiedienst, de tekenkamers, waar
aan de hand van dekterreinonderzoe-
kingen tal van waardevolle geologlsche
kaarten worden vervaardigd, alsook de
administratie en de werkruimten voor de
leden van de Staf, wacht hier een betere
huisvesting.
Ongetwijfeld zal dit het belangrijke werk
van het Geologisch Bureau niet weinig ten
goede komen.
Cor Bertrand