Home   Brievenrubriek   Medewerking   Vragen   Onderhoud site   Links   Bronnen   Contact   Auteursrechten   Alle fotoalbums

Kolentransport - Limburgse mijnen

 

Teksten © van Serge Langeweg                      Kolenslee

Op het houten onderstel was een mand van gevlochten wilgentenen bevestigd. De manden, die ongeveer zeventig kilo steenkool konden bevatten, werden oorspronkelijk vervaardigd in de eigen mandenmakerij van de mijn. De manden werden als een soort van kolenslee voortgetrokken door mijnwerkers. Op die manier vervoerden ze de steenkool van de winplaatsen naar de schacht. De mijnwerkers die met dit werk waren belast, werden – heel toepasselijk – slepers genoemd. De sleper droeg een leren riem met haak om de slede voort te trekken. Dat gebeurde door lage galerijen, waarin de slepers soms alleen maar konden kruipen. De vloer van de galerijen was soms met planken bekleed, zodat de wrijving werd verminderd. Die informatie komt uit rapporten van Franse mijningenieurs uit het eind van de achttiende en begin van de negentiende eeuw. Uit de rapporten blijkt ook dat slepersarbeid vaak werd verricht door kinderen van acht tot tien jaar, die meestal in duo’s werkten. Het ene kind trok, het andere duwde de slee naar de schacht. Omdat de ondergrondse galerijen zo laag waren, werden kinderen bij uitstek voor dit werk geschikt geacht.

                                                                          Hond

In mijnwerkerstaal werd een dergelijk transportmiddel voor steenkool ook wel ‘hond’ genoemd. Over de herkomst van die oude benaming bestaat een aantal theorieën. Dat het woord een vertaling van het Duitse Hund of Hunte is, is duidelijk. Maar dan?  Georgius Agricola (1494-1555) verklaarde het woord Hund in De re metallica, zijn 16e -eeuwse handboek over mijnbouwkunde, door te wijzen op het blaffende en grommende geluid dat een over de bodem schurende kolenslede maakte. Een andere verklaring wijst op een oude maataanduiding. Hund/Hunte zou in die opvatting kunnen wijzen op een maat die overeenkomt met honderd korven, een andere oude maateenheid. Waarschijnlijk vertegenwoordigde een Hund of hond in de achttiende eeuw een ‘geijkte’ maateenheid, waarmee een geproduceerde of verkochte hoeveelheid kolen kon worden aangeduid.
Nog weer een andere versie gaat er vanuit dat Hund of Hunte een afleiding is van het Slowaakse woord hyntow dat wagen betekent. Daar wordt door andere taalkundigen dan weer tegenin gebracht dat hyntow ook een germanisme kan zijn van het oorspronkelijke Duitse woord Hunte. Wie het weet, mag het zeggen

 

 

 

Onderstaand een foto van de Staatsmijn Emma uit 1948,met een trein vol fijnkool .

Hieronder een artikel uit het Limburgs Dagblad van 17 November 1937

5. Kolenhandel

www.limburgsemijnen.nl"Gegevens verzameld door N. Moonen"

Bron: diversen boeken wij danken de auteurs en uitgevers  van deze boeken.

Vroeger kende men ook al kolenhandelaren. Zij werden koale-jidse genoemd. Met hun paard of muilezel trokken zij naar stad en dorp. De dieren waren beladen met zakken kolen. Zo gingen de handelaars langs de deuren. Later kochten zij paard en wagen. Hierdoor ging de kolenhandel beter en vlugger. Ook de café's hielden rekening met de kolenhandel. Vóór bijna elk café stond vers drinkwater gereed voor de paarden. De vrachtrijders dronken binnen. Het spreekt vanzelf dat onderweg vaker een pauze werd gemaakt om het stof weg te spoelen.

Om het kolentransport te vergemakkelijken, legde Kloosterrade in 1786 twee wegen aan. In totaal waren zij ongeveer 14 kilometer lang. Zij liepen van de Holz tot Valkenhuizen en van Pannesheide tot Herzogenrath (D). Deze wegen waren gedeeltelijk nieuw. (Daarvandaan de naam Nieuwstraat). Zij waren 18 meter breed. In het midden van elke weg was een strook plaveisel van 9 m. breed.

Op deze wegen werd tol geheven. Al in juli 1783 had de abt een belangrijke overeenkomst gesloten met de schout en de bestuurders van 's-Hertogenrade. Deze laatsten deden toen afstand, ten gunste van Kloosterrade, van hun recht binnen de stad en vrijheid van 's-Hertogenrade weggeld te heffen. De abt verleende hun daarvoor vrijheid van tol op de nieuwe wegen. Ook nam de abt het onderhoud van hun wegen voor altijd voor zijn rekening en kende hen een jaarlijkse rente toe.

 

 

Dit is de brug over de Akerstraat in Brunssum van Stm Emma naar Stm Hendrikk  door naar het steenstort op de Bouwberg in Brunssum.
Hier werden de kolen van de staatsmijn Emma en Hendrik geladen in het treinvervoer voor verder transport
Hier werden de kolen van de staatsmijn Emma en Hendrik geladen in het treinvervoer voor verder transport
Hier werden de kolen van de staatsmijn Emma en Hendrik geladen in het treinvervoer voor verder transport
Hier heeft vroeger het mijnspoor gelegen van de mijn Emma en Hendrik naar de kolenlaadplaats in Nuth

Kolenwagens.

Kolen transport ondergronds van ruwe kolenbrokken ....-7221.jpg (158729 bytes) Het Laden van kolenwagens aan de schacht ....-8275.jpg (128377 bytes) persluchttrien met kolenwagens.jpg (95568 bytes) Persluchtlocomotief ondergronds bij de schacht....-8241.jpg (88383 bytes)
Cokesfabriek Emma met volle treinen cokes ....-8134.jpg (68562 bytes) Kolentransport bovengronds op de Emma ....-8141a.jpg (61943 bytes) Tuimelaar voor het legen van de kolenwagens ....4538.jpg (74449 bytes) Het rangeeerterrein van de Emma ....-6676.jpg (98004 bytes)
35-Domaniale rond 1930.JPG (44004 bytes) 36-Domaniale rond 1930.JPG (45361 bytes)