Home   Brievenrubriek   Medewerking   Vragen   Onderhoud site   Links   Bronnen   Contact   Auteursrechten   Alle fotoalbums

Limburgse mijnen

Longinstituut

 

www.limburgsemijnen,nl © De Mijn 1960-1961

Longinstituut.

Van groot belang voor het welzijn van de mijnwerkers  

Onder bepaalde omstandigheden kan het herhaaldelijk inademen van schadelijke stof-
fen als steenstof of koolstof een longziektedoen ontstaan, welke in de volksmond sili-
cose heet. ln medische kringen spreekt men doorgaans van pneumoconiose. Reeds in de
grijze oudheid zijn geleerden van naam tot de ontdekking gekomen, dat deze ziekte
kan optreden bij mensen, die langdurig blootgesteld zijn aan kwartsconcentraties
in de lucht. Onder meer is dit het geval bij arbeiders in steenbrekerijen en speciaal in
ondergrondse mijnbedrijven. Symptomen van silicose zijn: kortademig-
heid en veelvuldig hoesten, maar het is een grove misvatting om te menen - zoals vele
mijnwerkers doen-, dat elke kortademig-heid meteen op een geval van silicose wijst.
Even onjuist is het om zonder meer te stellen, dat alle ondergronders bij hun werk
onherroepelijk silicose zullen oplopen. Meerdere medische onderzoekingen heb-
ben namelijk aangetoond, dat silicosepatiênten uitsluitend worden aangetroffen
onder die ondergronders, die vroeger op stofrijke plaatsen (o.m aan het mineraal) werkten.

Hun aantal bedroeg tien jaar geleden nog zeven en twintig procent
en is thans teruggelopen tot zestien Procent.

 

 

 

 

 

Preventieve maatregelen

Foto hieronder
Het Longinstituut der Gezamenlíjke Steenkolenmijnen aan de Horizon.
straat 75 te Treebeek.
Dit opmerkelijke succes is te danken aan een complex van preventieve maatregelen, die
inmiddels getroffen zijn, sinds sillcose, op 15 december1938, in Nederland als beroeps-
ziekte in de zin van de ongevallenwet is erkend. Tot deze preventieve maatregelen behoort
o.a. de grootscheepse stofbestrijding opstofrijke ondergrondse werkpunten, als-
mede de medische zorg van het longinstituut van de gezamenlijke steenkolenmijnen,
dat aan de Horizontstraat 75 te Treebeek gevestigd is.
Twaalf jaar geleden kwam dit instituut op voortel van zijn huidige chef, tevens directeur van de geneeskundige dienst van de Nederlandse steenkolenmijnen, dr. A. V. M. Mey tot stand. De dírecties van de verschillende mijnondernemingen gaven gevolg aan het advies van dr. Mey om het ondergrondse personeel regelmatig te laten onderzoeken en tegelijk besloten zij, geheel vrijwillig, om voor gezamenlijke rekening een speciaal longinstituut op te richten.
Daar silicose, volgens de huidige inzichten van de medische wetenschap althans, niet
in curatieve zin kan worden bestreden, is het streven van dr. A.V.M. Mey en zijn staf
van ruim dertig medewerkers, onder wie de drie longartsen: dr. Ch. A. M. Hendriks,
J. van Elk en dr. V. H. Rutgers, erop gericht om nieuwe silicose-gevallen te ontdekken,
alsmede om te trachten uitbreíding van het ziekteproces te voorkomen.
Dit gebeurt onder meer door mijnwerkers met silicose, haar gelang de resultaten van
de rontgenfoto's en van het longfunctie-onderzoek, aan stofarm of licht werk te helpen. Dank zij de intensieve stofbestrijding van het stofinstituut neemt het aantal stofarme plaatsen in het ondergrondse mijnbedrijf steeds meer toe, zodat vrijwel elke silicose-patiënt ondergronds kan blijven werken. Voor de betrokkene is dit én in psycholo-gisch én in financieel opzicht een groot voordeel.

Anderhalf.jaarlijks onderzoek

Foto onder
Stuk voor stuk worden de ruim zestig duizend longfoto's door de artsen
van het longinstítuut bestudeerd.
 


Aanvankelijk strekte het róntgenologisch onderzoek zich alleen maar uit tot het on-
dergrondse mijnpersoneel, maar sinds 1952 worden alle personeelsleden van de geza-
menlijke mijnen om het anderhalf jaar door gelicht. Dit onderzoek houdt verband met
de ook buiten het mijnbedrijf thans regel-matig plaatsvindende bevolkingsonderzoe-
ken in het kader van de t.b.c.-bestrijding. Ofschoon de eertijds zo gevreesde long-
tuberculose goeddeels is overwonnen, blijft waakzaamheid nog altijd geboden. Door
stelselmatig onderozek kunnen eventuele t.b.-explosies worden opgespoord. Dit is
vooral van belang voor industrieën met buitenlandse arbeidskrachten. Deze perso-
neelsleden komen vaak uit landen, waar de t.b.-bestrijding minder intensief geschiedt
als in ons land en derhalve zouden zij gevaarlijke besmettingshaarden kunnen vormen.
Het róntgenologisch onderzoek van het gehele mijnpersoneel is een omvangrijk en
tijdrovend werk, waarmee de staf van het Treebeekse instituut telkens minstens an-
derhalf jaar bezig blijft.

Zestig duizend foto's
De doorlichting zelf vergt de minste tijd. Uitgerust met een mobiel róntgenapparáat
reist een speciaal team van het longinstituut alle mijnbedrijven af. Ruim duizend perso-
neelsleden worden per dag gefotografeerd, zodat de doorlichting van de totale bezet-
ting van de Limburgse mijnen een kwestie is van hooguit twee maanden. Nog sneller ver-
loopt het ontwikkelen van de gemaakte róntgenfoto's, hetgeen in goed geoutilleer-
de donkere kamers van het longinstituut geschiedt. Pas daarna begint het tijdrovende werk.
Rond zestig duizend róntgenfoto's moeten stuk voor stuk door de longartsen deskun-
dig worden bestudeerd. Hun assistenten zorgen voor de registratie van de medische
gegevens over de doorgelichte personeelsleden en het bijwerken van de omvangrijke
carthoteek, die inmiddels wel ruim een half miljoen foto's telt. Van ieder personeelslid,
dat sinds 1949 bij de mijnen werkzaam is,acht stuks ! ln sommige gevallen is voortzetting van het
onderzoek gewenst, met name in die gevalIen, waarbij dè kwaliteit van de foto geen
zekere beoordeling mogelijk maakt. Dit tweede onderzoek, dat de personen in
kwestie in het longinstituut ondergaan, im-pliceert niet noodzakelijk,dat er iets aan de hand is.

Mocht dit wel zo zijn, dan worden de vereiste maatregelen getroffen.

Moderne apparatuur

Foto links
Een speciole spyrogroof in combínotie met de
fietsergometer komt te pos oon het longfunctie-
onderzoek bij arbeíd.


 

 

Bij gevallen van t.b.c. wordt de verdere behandeling overgelaten aan de daarvoor spe
ciaal ingestelde consultatiebureaus, waarmee het longinstituut zeer nauw samenwerkt.
Bij siliocse-gevallen wordt al naargelang de aard van de ontdekte longziekte, alsmede de
leeftijd van de patiênt, nagegaan in hoeverre een werkverandering gewenst lijkt.
Teneinde daarbij tot een zo goed mogelijke beoordeling van de stand van zaken te ko-
men, volgt na het róntgenologische onderzoek nog een apart en zeer uitgebreid long-
functie-onderzoek. Met behulp van de meest moderne apparatuur - de afdeling long-
functie-onderzoek van het Treebeekse instituut behoort tot de best geoutilleerde
ter wereld! - wordt de capaciteit van de longen gemeten. Dergelijke metingen, die ook bij niet-sili-
cose-patiênten worden verricht, verschaffen de medicus waardevolle gegevens met be-
trekking tot de aard van de arbeid (licht of zwaar werk), welke door de onderzochte
persoon kan worden verricht. Het longinstituut licht de bedrijfsleiding, de bedrijfs-
arts en de huisarts van de behandelde mijnwerkers, nauwkeurig over de verkregen
resultaten van alle longonderzoeken in.

Wetenschappelijk onderzoek

Foto beneden
Bij het bepalen von de orbeidsgeschiktheid
speelt het longfunctie-onderzoek een grote rol.
De meest moderne apporatuur stoot het long-
instituut doorvoor ter beschikking, o,a, deze
spyrograof, wootmee de longfunctie in rust-
toestond wordt gemeten.


 

Buiten al deze activiteiten doet het longinstituut veel aan wetenschappelijke re-
search. Doorlopend worden onderzoekingen verricht en ervaringen uitgewisseld met
binnen- en buitenlandse diensten op medisch gebied. Dit is beslist geen overbodige
luxe, aangezien er nog tal van open vragen, met name met betrekking tot het bijzonder
moeilijke en soms welhaast mysterieuze vraagstuk, dat silicose heet, te beantwoorden zijn.
Dit neemt overigens niet weg, dat er toch reeds diverse interessante ontdekkingen
zijn gedaan. Zo bijvoorbeeld met betrekking tot de samenhang tussen stofrijk werk
en silicose of het samengaan van de twee longziekten : tuberculose en silicose.
Wat het eerste probleem betreft, ziet het er namelijk naar uit, dat de kansen op silicose
 voor de ondergronders kleiner worden naarmate de stof bestrijding krachtiter wordt
ter hand genomen. Ten aanzien van het tweede probleem toont Nederland aan, dat
hier dank zij de succesvolle t.b.c.-bestrijding vrijwel geen gevallen van silicose met dode-
lijke afloop meer voorkomen, zoals in het verleden, toen een combinatie van beide
ziekten wel eens het leven heeft gekost aan jeugdige ondergrondse mijnwerkers.
Voor de buitenwereld is dit zuiver wetenschappelijke werk misschien niet direct erg
spectaculair, maar ook deze activiteit beantwoordt tenvolle aan het voornaamste
doel, waarvoor het longinstituut van de gezamenlijke mijnen werd opgericht: de be-
vordering van het welzijn van de mijnwerkers.
Cor Bertrand.

www.limburgsemijnen,nl © De Mijn 1960-1961