Home   Brievenrubriek   Medewerking   Vragen   Onderhoud site   Links   Bronnen   Contact   Auteursrechten   Alle fotoalbums

Limburgse mijnen

Mijnwerkersverhaal van oud mijnwerker

 

18-12-2009  Exclusief verhaal van een "oud" mijnwerker op de Maurits en Oranje Nassau 1

© www.limburgsemijnen.nl

 OVS,er  

Ik kwam uit een groot gezin waar pap ondergronds op de mijn werkte,ze hadden het niet breed maar wilde alles doen zodat hun kinderen het goed zouden hebben en niets te kort zouden komen, wat al moeilijk genoeg voor hun was. Ik was 13 half en zei tegen mijn mam ik wil eens even met u praten,vertelde haar dat ik niet meer verder wilde leren en naar de mijn wilde waar pap ook werkte. Verschillende leeftijdgenootjes wilden dat ook. Ga eens even zitten zei mam ik moet je iets vertellen.Je was ons eerste kind en pap was zo blij en trots .Hij had je in zijn armen en beloofde goed voor jouw en als er nog andere broertjes of zusjes zouden komen alles te doen dat we het goed zouden hebben.Hij wilde niet dat ook maar ook een van zijn kinderen mijnwerker zou worden. Mam had er moeite mee en wist niet goed hoe ze dit aan hem moest vertellen.Pap had veel nachtdienst en ze zou het doen. Op een dag kwam hij naar me toe en vroeg wat mijn plannen waren?Ik vertelde hem dat ik ook mijnwerker wilde worden,zag zijn gezicht vertrekken en hij was niet blij. Als je wilt gaan werken er is werk genoeg kijk maar eens om je heen,en ik wil niet dat je naar de mijn gaat. Ik vertelde hem van de O.V.S. en of ik dan daar naartoe mocht,en als het niet beviel kon ik altijd naar iets anders uitzien.Ik bleef er over zeuren en na een     tijdje gaf hij mij toch mijn zin. Op een dag moest ik met hem mee naar de Staatsmijn Maurits en melde mij hieraan.Het duurde niet lang of ik moest komen voor een medische keuring en andere zaken. Daar was het dan zover en ging naar de O.V.S. Een grote groep jongens van mijn leeftijd ,werden in groepen van 6 ingedeeld en onze baas was Verkooyen. Het eerste jaar was best fijn,leren,sport en spel,stafkaart lopen en tal van andere zaken.Ze leerde je kameraadschap samenwerking,netheid enz. Het tweede jaar werd toch alles anders scholing mijnkunde en alles wat met de mijn te maken had. Je ging een dag in de week naar de tuintjes. Dan was je op het houtterrein of naar de wasserij ,bandenmagazijn of stijlenwerkplaats en in de werkplaats  bouten gangbaar maken, bandplaten schoonmaken en noem maar op want ze hadden werk genoeg. Ook leerde men om te gaan met de dood,dan ging je met vier O.V.S.ers naar het lijkenhuisje voor het afhalen van een verongelukte mijnwerker.met een brandende lamp en liepen naast de kist die tot aan de uitgang van de mijn werd gebracht. In de leermijn werd je voorbereid op het ondergrondse werk ,hoe machines werkte  stijlen zetten en materialen kennen enz.enz. Ook voor mij kwam de dag dat ik een pungel moest gaan halen,want je ging een dag in de week ondergronds. Kwam hier mee thuis en legde hem in een hoekje in de kamer,en zei tegen mam dat ik later in de week ondergronds zou gaan ,zij schrok en was stil en vroeg of pap dit wist.Pap had nachtdienst en nadat hij geslapen had vroeg hij aan mam waarom die pungel daar lag,hij hoefde geen schone. Mam wou het vertellen ,ik zei tegen mam laat mij het maar doen. Ik vertelde hem dat ik ondergronds zou gaan,zag zijn gezicht vertrekken en voelde aan dat hij er behoorlijk moeite mee had, vertelde dat ik steeds goed had opgelet bij alles wat ze me geleerd hadden en ook voorzichtig zou zijn en geen gekke dingen zou doen. Ik kon hem niet overtuigen en hij wilde hier verder niet meer over praten. Op dagdienst ging ik dan naar beneden ,toch ging ik snel naar het bad lokaal van de ondergronders want ik wist waar hij zou zijn,en beloofde hem,dat als hij hier pijn van had,ik van de mijn afging als de tijd daar was om voor vast ondergronds te gaan.Hij was blij want er kwam een lach op zijn gezicht en dat deed me goed,gaf mij een hand en zei ga nu maar en ben voorzichtig. Ik heb de O.V.S. afgemaakt, ben nog naar Vaalsbroek op kamp geweest. Kort voor ik voor vast ondergronds zou gaan heb ik de mijn verlaten. De militaire dienst kwam in aantocht, ik wilde liever gaan werken en mijn loon verdienen en mijn toekomst op gaan bouwen .Ik wilde geen geweer in mijn handen. Ik ben toch weer naar de mijn gegaan in 1962 tot de sluiting in 1974. Ik heb wel een andere mijn gekozen.

Ik had besloten om van de mijn af te gaan.Vond een baan bij een groot bedrijf dat de A.2 autoweg ging aanleggen,en werkte in het magazijn. Uitgeven van materiaal smeermiddelen en aftanken van vrachtwagens. De betaling was laag, en had het dan ook gauw gezien. Inmiddels had ik mijn oproep voor de keuring militaire dienst binnen. Melde mij die dag dat ik moest verschijnen op het keuringsadres. Geloof me, die militair dat was een echte ,verwachte al dat we een houding aannamen of dat we in dienst waren. Met een commando stem vertelde hij het programma van de dag. Er waren ook een aantal O.V.S,ers die ik goed kenden. Zij moesten ook naar de keuring maar wisten dat ze toch niet onder dienst gingen omdat zij op de mijn waren. We spraken af hoe wij die kerel te grazen zouden nemen ieder op zijn eigen manier.Twee van hen maakte hem al bijna gaar en kon al niet meer tegen de lol en zijn gezicht sprak boekdelen. Toen was het mijn beurt en hij verlangde van mij dat als mijn geboortedatum werd geroepen ik in looppas naar de meetlat moest gaan. Mooi niet, slenterde naar de meetlat en ging eronder staan, hij riep dat ik in looppas terug, en weer terug onder de lat. Ik bleef staan en vertelde hem dat toen ik thuis ben weggegaan ik 182cm groot was. Hij kwam naar me toe en stond zo dicht bij mij dat onze neuzen mekaar bijna raakten. Ik vroeg aan hem of wilde neuzen en de anderen lagen plat van de lol. Hij deed een paar stappen terug en zei tegen mij als ik dienst kwam ze me wel een kopje kleiner zouden maken. Ik zei dat is goed, maar dat zullen jullie niet meemaken. De rust was weergekeerd en het programma werd verder afgewerkt. Wat opviel was dat hij de O.V.S,ers en mij apart aan de tafel liet zitten. Aan het einde van die dag moesten wij een voor een bij een hoge piet komen. Ik was aan de beurt, klopte op de deur en wachtte tot hij binnen riep, liep  naar binnen en ging op de stoel zitten voor zijn bureau. Pieteman zei tegen mij of hij gezegd had dat ik mocht gaan zitten. Ik zei tegen hem waarvoor dat die stoel dan was. Hij verlangde van mij dat ik op zou staan en op zijn commando mocht gaan zitten, ik bleef rustig zitten en vroeg wat hij mij te vertellen had, dat wilde hij niet doen want ik moest staande mijn vonnis aanhoren.Ik was niet van plan om op te staan en zei tegen hem dat als hij niets te zeggen had ik maar beter kon gaan. Hij vertelde mij wat mij te wachten stond als ik in dienst kwam, en nog andere zaken en of ik alles goed begrepen had. Toen vroeg hij mij wat ik op mijn briefje, dat ik zou krijgen moest staan. Ik antwoordde hem totaal ongeschikt voor militaire dienst. Hij plaatste zijn handtekening gaf me het formulier met de woorden, gelukgewenst u bent geschikt en goedgekeurd, bedankte hem en zei tot ziens dan maar en vertrok. Buiten wachtte mijn vrienden en zij tegen hen, we komen elkaar nog vaker tegen want ik ga weer terug naar de mijn. We gingen de stad in om nog wat te drinken en na te vertellen, en een hechte vriendschap is ontstaan. Het was tijd om naar huis te gaan en gingen naar het station. Op het perron stond de militair van het dagprogramma, liepen naar hem toe en maakte toch een praatje. Voor ons stond een hele  andere man, en vroeg aan ons of we een trein later naar huis wilde gaan en bood ons iets te drinken aan in de wachtruimte van het station. In het gesprek vertelde we over de O.V.S  vanaf het eerste jaar en dat we ondergronds gingen als de tijd daar was. Het was voor ons een fijne ervaring met deze man gepraat te hebben, we stapten gezamenlijk in de trein en gingen huiswaarts. De halte waar wij moesten uitstappen kwam in zicht namen afscheid van de man, gaf ieder van ons een hand en wenste ons veel geluk in onze toekomst en de woorden jullie zijn toch prachtige kerels. Onze dag kon niet meer stuk en gingen naar mijn ouders. Die wilden graag weten hoe het ons was vergaan deze dag en vertelde alles over wat we meegemaakt hadden. Ik greep meteen de gelegenheid in deze gezellig sfeer, dat ik toch weer terug naar de mijn wilde gaan. Als ik dit wilde hadden zij er geen problemen meer mee, ik vond het fijn dat ik dit antwoord van hun kreeg en mijn dag was nu helemaal goed. Ik kon een andere toekomst gaan opbouwen want als je op de mijn werkte hoefde je niet in militaire dienst.

Enkele weken nadat ik voor de keuring militaire dienst was geweest kreeg ik van pap te horen dat ik een dag vrij moest nemen .We zouden samen naar Heerlen gaan naar de Oranje Nassau mijn. Hoe hij dit voor elkaar heeft gekregen ben ik nooit te weten gekomen. We werden daar ontvangen en het verhaal kwam op tafel dat ik hier wilde beginnen. Aan het einde van het gesprek beloofde men ons, dat ik zo spoedig mogelijk bericht zou krijgen. Dat bericht kwam na een week en werd opgeroepen voor een medische keuring,en afhandelen van formaliteiten. Er werd afgesproken dat ik contact met hun zou opnemen omdat ik zelf ook het een en ander moest regelen bij de werkgever waar ik nog werkte. Daar vroeg ik mijn ontslag aan, wat ze zeer jammer vonden omdat ik altijd mijn werk netjes had gedaan. Men probeerde nog met verhoging van loon maar de voorwaarden die zij hieraan stelden waren schandalig. Ik vroeg tijdens het gesprek of het mogelijk was mijn dienstverband zo snel mogelijk te beŽindigen. Dat bleek geen probleem. Ik was een paar dagen vrij en genoot hier lekker van, nam contact op met mijn en zo gauw ik hun brief kreeg was het dan zover. Op de afgesproken dag er naar toe. kreeg uitleg en een werknummer, verlofkaart, voorlopige pas voor de mijnwerkersbus en formulier voor de mijnkleding op te halen. Een mijnvader kwam mij ophalen en maakte mij wegwijs zoals badlokaal loonbetaling en andere noodzakelijke gebouwen. De dag van indiensttreding melde ik mij bij het loket dat was afgesproken en men kwam mij afhalen voor  nog een kleine rondleiding, en daarna naar de leermijn waar een instructeur mij opwachten. Ik zou een week onder zijn hoede blijven. Eigenlijk waren we zo klaar want ik had de hele O.V.S. op de (mijn Maurits ) doorlopen. Hij was er van overtuigd dat ik het mijngebeuren nog goed onder de knie had. Hij was zelf ook vader van een groot gezin en het fijne was dat we overal over konden praten, ik was uit het goede hout gesneden en gewoon moest doorgaan op een weg die ik ingeslagen was. De week was voorbij en ik zou als hulphouwer A of B verschil ben ik kwijt ondergronds gaan. Een posthouwer kwam mij halen en in zijn groep werd ik te werkgesteld. Eerste dagen even wennen want het was even iets anders als het werk wat ik gedaan had. Andere halve week later de boterhammen waren op, zei de posthouwer je hebt de koelstamp wel gehad, maar je krijgt hem nog een keer dan hoor je bij ons. Ik gunde hun dat plezier, ik was blij met zijn woorden je bent nu van ons en je hebt bewezen dat je niet lui en dat wat je moet doen tot tevredenheid is. Van af nu maken we je het ook een stuk makkelijker en als het te zwaar springen we bij. Eerlijk de samenwerking was echt fijn. Al met al ben ik 6 maanden bij deze ploeg geweest, en moest toen naar een andere afdeling. De laatste dag dat ik bij hun was had iedereen een kleinigheidje bij zich wat ik aan moest nemen en bedankte mij voor de fijne tijd, evenals ik dat ook naar hun toe deed Ik was weer waarde volle ervaring rijker.

Van de 250 meter verdieping naar de 420 meter verdieping. ON1

De eerste half jaar zat er op en ik ging van de 250 mv naar de 420 mv. Schacht 2 was een kleinere schacht met kleine liftkooien voor 6 personen. Een loc.machinist kwam mij halen in het badlokaal. Hij vertelde mij dat we een tijd samen zouden zijn. Na dat we beneden waren, en we met de personentrein vertrokken naar de afdeling. Bij de afdeling mensen waren uitgestapt legde hij mij uit dat ik naar de laatste personen wagen moest gaan, want deze moest worden teruggeduwd. Wissel omleggen enz. We reden terug naar de laadkast en de machinist zette zijn diesel stil en we gingen naar het werkpunt. Er was een pijler in aanbouw die wel bijna klaar was voor productie. Michel, was de naam van de man waar ik een tijd mee samen moet werken en vader van negen kinderen. In de loop van de tijd leerde ik hem goed kennen en bouwde toch samen een fijne band op. Wij deden het materiaaltransport Michel aan de lier en ik laadde de sleepbak met de benodigde materiaal. Een keer per dienst moest ik eenmaal met de waterkan rondgaan want was het behoorlijk warm in de  "ophou". Voor mij was het voordeel dat ik met de voortrek naar beneden en naar boven mocht. Er was een variatie aan werkzaamheden, later gingen we beton maken voor een trappenhuis. Toch ben ik eerlijk, opeens had ik geen zin meer als ze mij zouden vragen of dat ik een pijler in moest. Op een goede dag kwam  de afdelingsopzichter dan ook langs en  zei dat als ik in de pijler zou gaan werken goed geld kon verdienen. Ik zei tegen hem dat ik niet in de pijler wilde werken want ik was bang, het was natuurlijk niet waar, maar voor mij was het de makkelijkste weg. Hij wist genoeg en vroeg of ik wel verder met Michel wilde werken,dit was helemaal geen probleem. We deden nu ook het martiaal transport in het vervoer en over enige tijd ging de pijler ook draaien. Er kwam een gloednieuwe deutz locomotief naar beneden. Michel had vaste middagdienst en ik nam ook de vaste middagdienst, het was voor mij ook geen pretje op ochtenddienst  om 4 uur opstaan want om half 5 ging de bus. Het werd nu druk, personentrein naar de afdeling en uitwisselen als de mensen uitgestapt waren en meteen weer terug naar de schacht een trein lege wagens halen. De kolenbaan was niet goed aangelegd en liep goed bergaf,in de eerste wagens moesten zelfs drie rempinnen. Er kwamen zoveel kolen dat er een tweede machinist bij moest komen. Ondertussen had Michel me ook al laten rijden met lege wagens en de kolentreinen. Ik was nog geen 21 want dan kon je tekenen voor machinist. Er werd nu op en af gereden, keek de kolentreinen na en liet die vertrekken, en hielp de andere met de lege wagens. Indien er geen locomotief in de kolenbaan was moest ik de baan beveiligen met 2 stijlen en die plaatsen in koker hulzen die ze in de baan hadden gemaakt. Dit na een ravage die was veroorzaakt met kolenwagens waarvan de bumper was afgerukt. Over het algemeen waren er weinig ontsporingen. Doordat de baan zo afliep moest er ook een rempin in de laatste kolenwagen.  Het was een paar keer gebeurd dat die er naast lag en dat werd opgelost door de een lege wagen als laatste. Bij de laadkast kwam een tweede man erbij en die moest ook de machinisten gaan helpen .De afdelingsopzichter van het vervoer kwam bij mij langs en vertelde dat ik nog een week op de 420 zou zijn en naar de 250 mv. zou gaan. Bij een ontsporing van kolenwagens, soms trok je met de loc. weer op het spoor maar soms kwam er ook tilwerk aan te pas.Hier door kwam ik in de problemen, en de dag erna kon ik amper nog bukken, was gedwongen me ziek te melden, en na anderhalve week had ik minder last, de afdelingsopzichter vroeg me of ik een paar weken op nachtdienst wilde komen, hier had ik geen probleem mee en het was wat rustiger en ging met een machinist mee die het oud martiaal ophaalde bij de afdelingen en als alles bij elkaar was naar de schacht ging. Ik kreeg na een paar dagen weer problemen met mijn rug en moest me ziek melden. Na onderzoek van de huisarts die mij doorstuurde naar het ziekenhuis,er werden foto's gemaakt en na onderzoek mocht de eerste weken niet werken maar veel rust houden, en na 4 weken weer terug naar het ziekenhuis. Na drie en halve week moest ik op controle bij de mijnarts, ik vertelde hem dat ik de loop van de week weer naar het ziekenhuis moest op controle bij de specialist. De mijnarts verklaarde mij genezen en schreef me gezond. De dag voor ik naar het ziekenhuis moest begon ik op nachtdienst.Daar ik vrij vroeg naar het ziekenhuis moest ging rechtstreeks van de mijn naar het ziekenhuis. Na onderzoek van de specialist mocht ik niet meer naar huis en meteen in een rolstoel gezet en mocht ik naar huis bellen voor spullen en werd naar de afdeling gebracht. Ben 6 weken in het ziekenhuis geweest .Ik dacht dat ik naar huis mocht, maar ze brachten mij met de ziekenauto naar Heerlen. Op de dag dat ik 21 jaar werd moest ik tekenen voor een hernia operatie.

Na drie weken mocht ik naar huis, De neurochirurg wilde niet aan een operatie, en door intensieve zorg en fysiotherapie kwam ik er uiteindelijk weer bovenop. Ik was echt blij dat alles zonder operatie was verlopen. Na vier maanden kon ik weer aan het werk, wel een maand bovengronds. Het bleef goed gaan. Na deze maand ging ik weer ondergronds in het vervoer op de 250 .mv. Ik ging 14 dagen met een machinist mee. Hier reden voornamelijk elektrische locomotieven na een rij proef kon ik tekenen voor machinist elektrische en tevens voor de diesellocomotieven omdat ik op de 420 mv. zolang was geweest. Er was een steengang naar het zuiden waar de meeste laadkasten en afdelingen waren. Een steengang naar het westen en een afdeling. Dan was er nog een afdeling 250 G. de afdelingen westen en 250 G kon een machinist het vervoer alleen aan. Alleen naar het westen trok een machinist een trein lege wagens uit de wagenomloop richting zuiden ,daarna kon de machinist die naar het westen reed zich er voor spannen en langs de hoofdschacht naar de afdeling rijden. De 51e was het vertrek en aankomst alle vervoer en ook de plaats van de vervoerregelaar. Van hieruit vertrokken op dagdienst en middagdienst 2 personentreinen naar het zuiden, een snelle trein die regelrecht naar het verste punt reed en de tweede trein stopte aan alle afdelingen. Op nachtdienst was er maar een trein en die nam ook alle personenwagens mee. Aan het einde van de elektrische tractie nam een diesel alle treinen over en zette die op een zijspoor. Daarna kreeg hij van ons de lege wagens en trok die achter de laadkast. De kolenwagens werden door de elektrische loc,s weggehaald.De dieselmachinist kwam alleen bij einde dienst met kolen en reed dan door tot een punt waar hij deze kon achterlaten als ze aan de schacht niet nodig waren, een van de machinisten die de personentreinen reden beveiligde het baanvak door de wissels te blokkeren met een pen zodat er geen ontsporingen konden ontstaan. De machinist die met de laatste trein lege wagens naar het zuiden reed, deed bij terug rijden naar de schacht het zelfde. Over het algemeen heb ik weinig problemen gehad met mijn werk,op een ongeluk na waar mensen die aan het spoor werkten er een onder de kolentrein was gekomen. Ook op middagdienst was ik vertrokken met de personentrein en moest een bepaald stuk over het linkse spoor rijden en dan naar het rechterspoor. Bij de wissels stond een machinist te wachten tot dat alle personentreinen langs waren en ging dan de kolen naar de schacht trekken. Hij wilde tussen trein 1 en trein 2 voor de kolen gaan staan.Liet mijn trein langs maar was te vlug met een luchtwissel om te gooien,met gevolg dat de laatste wielen van de personenwagen een andere steengang ingingen en daarna kantelde. Mijn snelheid was laag want ik keek altijd of de rode lamp in het rijspoor was voor ik snelheid gaf. Stopte de trein en ging kijken, veel kon je niet doen vervoersregelaar bellen afhangen en doorrijden, langzamerhand werd het duidelijk dat toch de mijn gingen sluiten. Als ik tijdens de dienst even tijd  had leerde ik de theorie voor een baan in de Gezondheidzorg voornamelijk de ambulancedienst, omdat de kosten van opleiding in diensten was omgezet bij het rode kruis in een grijs gebied in midden Limburg waar veel ongevallen gebeurde. Ook doorliep ik de stages en bijscholingen eerste hulp van ziekenhuizen. Dankbaar ben ik de leiding van de ON1 toen mijn broer van 16 jaar ernstig ziek werd, enkele operaties, daarna beenamputatie en na een tijd ging zijn gezondheid erg achteruit.  Ik kreeg een brief mee van de huisarts en die moest ik met de mijnarts bespreken of er mogelijkheden waren hem thuis te verzorgen, want hij wilde niet naar het ziekenhuis. Van hun kreeg ik alle medewerking, ik moest aangeven wanneer het noodzakelijk was want er was geen redding meer voor mijn broer. De laatste vier maanden voor zijn dood ben thuis kunnen blijven voor zijn verzorging, na het hervatten van mijn werk ben samen met nog twee andere machinisten een jaar op de ON 3 werkzaam geweest. Mensen van de ON1 gingen van de 420 naar de 545,mv van de ON 3 waar een pijler was.Eerst aanleren op de perslucht locomotieven en verder deden we daar ons werk. Na dat jaar weer terug naar de ON 1, langzaam begonnen ze hier met de afbouw en bracht wagens met beton voor de dammen die in de steengangen werden gemaakt. Niet lang daarna heb ik de mijn verlaten. Eerst nog een jaar gewerkt bij een instelling voor verstandelijk gehandicapten. Er kwam een plaats vrij bij een ambulance dienst en daar ben ik dan begonnen. Toch moet ik eerlijk zijn ik heb er geen spijt van dat ik ooit mijnwerker ben geweest,ik heb nog veel vriendschap ondervonden van oud mijnwerkers en met enkele nog tot op de dag van vandaag.

18-12-2009 Exclusief verhaal van een "oud"  mijnwerker op de Maurits en Oranje Nassau 1

 

Informatie.

© www.limburgsemijnen.nl

Op de 250.m.v van de Oranje Nassau Mijn reden 8 elektrische locs. en 3 diesels ,2 grote deutz en een kleine kromhout. Machinisten mochten geen acculamp met lange kabel hebben. Kabel was ingekort tot 20.cm en paste in een kleine tas. Twee persoonlijke lampen 1 wit en een rode lamp. Het vervoer beschikte over las en branderapparatuur en een speciale opgeleide lasser. Spoorrails werd over een lengte van 36 mtr aan elkaar gelast en indien nodig door een machinist naar de plaats gesleept waar nieuw spoor gelegd moest worden, de lasser had een omvormer en haalde de stroom van de rijdraad. De trekkracht van locs was groot,maar machisten namen soms meer mee dan was toegestaan. 175 lege wagens -175 kolenwagens en 65 wagens met vulstenen was voorschrift.
Er mocht niet harder gereden worden dan 15km. terwijl ze 25 tot 30 km haalden. Personenvervoer in lege wagens was in 1970 verboden,en mocht alleen in speciale gemaakte mijnwagens (dafjes) waar 4 personen in konden tijdens tussentijds vervoer. Op dagdienst vertrok van de schacht een snelle trein tot de verste afdeling.en de tweede trein stopte aan alle afdelingen. 1e trein 12 personenwagens  2e trein 22 personenwagens en een trein met 8 wagens naar een andere steengang en afdeling. Op maandagmorgen ging een machinist met een borstelwagen de rails schoonmaken.
Lege wagens werden tot een parallelsteengang gebracht met 3 sporen op 2500 mtr van de schacht .Een machinist verdeelde deze aan de laadkasten en deed dat de hele dienst, en bracht de volle wagens ook tot aan de bovenvermelde steengang, gaf de trein aan een andere machinist die verder ging naar de schacht.
na een ernstig ongeval mochten geen trekkettingen meer in de cabine en was er een speciale bak gemaakt op de bumpers. De machinist probeerde een rollende trein met vulstenen af te remmen.en zat met een voet in een lus van de ketting die in de cabine lag, en toen de ketting strak werd getrokken was de voet weg.
In geval van nood kon de machinist een schakelaar omzetten en was de stroom van de machine, maar kon ook de stroomafnemer naar beneden halen met een touw en dan inhaken aan de cabine.
De hele steengang was verlicht met tl verlichting die waren verbonden en gezekerd  aan de rijdraad.
 
Groetjes Jo 01-12-2009

 

Tandeloze machinist.

© www.limburgsemijnen.nl

Op de 420mv.van de O.N.1 was ik achter de trein bij de locomotiefmachinisten. Er was een kolenafdeling, (AFD.2)
Een machinist vertrok bij aanvang dienst met de personentrein naar de afdeling.Tweede machinist vertrok van de schacht met een trein lege wagens.
Bij de afdeling en de mensen waren allen uitgestapt, ging ik naar de laatste personenwagen en de machinist kon de trein terugduwen waar deze werd uitgerangeerd.
Daar werd gewacht op de tweede machinist die dan met de lege wagens kon doorrijden. Was deze langs dan ging de machinist naar de kolenbaan ,keek of alle wagens aanhingen en deed een rempin in het wiel, plaatste de lamp op de laatste wagen, en gaf de machinist het sein dat hij kon vertrekken. Ik ging dan achter de laadkast de machinist helpen die de lege wagens aan intrekken was.Leg de wissel om en de machinist trok de wagens achter de laadkast.
Ook moest ik de wagens stempelen met kalk (afd.2).
De machinist die met de kolentrein naar de schacht was gegaan kwam dan weer terug met een trein lege wagens. Deze keer moest hij helemaal doorrijden tot achter de laadkast, wisselde zijn loc uit. De andere machinist trok de lege wagens in. Machinist pakt het stempelblok en drukt die op de wagens.alleen die werden veel te hard ingetrokken, de machinist begint te schelden en te vloeken zodanig dat zijn kunst gebit uit zijn mond vloog,stond ook nog te lachen waardoor hij nog kwader werd. De andere machinist komt terug en trekt de lege wagens bij elkaar. En daar was het tijd, maar het gebit was foetsie. Alle wagens nagekeken maar geen gebit in de wagens.Nog een keer terug en maar zoeken. Ik zei tegen de tandenloze machinist dat er nog maar een mogelijkheid was waar het kon zijn. Misschien kunt U het al raden het lag in de kalkbak. Tegen mij zei, dat ik nog blij kon zijn dat ik ze nog allemaal in mijn mond had, en dat  het de eerste en de laatste keer was dat hij wagens stempelde.
Ik zei tegen hem ,waarom ben je nou zo kwaad je hebt nog mooiere tanden als andere, zo mooi wit daar kan geen tandpasta tegenop.

01-12-2009

 

Opzichter leert machinist kolentrein rijden.

© www.limburgsemijnen.nl

 
In het vervoer had je over het algemeen redelijke opzichters,maar soms kregen we er een en die kon alles. Op middagdienst was ik een trein kolen aan het nakijken of alle wagens aanhingen en nam mee wat geladen was,plaatste de rode lamp op de laatste wagen en liep naar de locomotief.
Bij de loc. stond de opzichter en deelde mij mee dat ik toch wat harder moest rijden, anders zou hij mij leren hoe hij dat deed.Ik zei tegen hem dat hij mij dat maar eens voor moest doen, daar ik best bereid was om nog iets te leren en hij kon vertrekken en ik zou de wissels goed leggen als de kolentrein uit de baan was en te voet komen.
Ik dacht goed na hoe ik Jan met de korte achternaam zijn mond kon snoeren.
Ik moet zeggen hij kon er wat van, want het ging harder en harder, en ik had mijn plan bedacht. Toen de laatste 15 wagens kwamen liet ik die ontsporen door de wissel om te gooien en goed op de wisselblok te gaan staan ging het goed fout en het duurde niet lang en het zaakje stond stil.
Geloof me ondanks de ravage had ik behoorlijk lol.
Hij kon geen meter meer verder en was genoodzaakt te komen kijken om het waarom. Toen hij bij mij kwam door eerst over de ontspoorde wagens te kruipen vroeg hij dan ook hoe zoiets kon, ik keek hem onnozel aan en zij ja, dit heb ik ook nog nooit gezien.
Deelde hem dan ook mede dat mij dit niet kon gebeuren maar dat ik wel iets geleerd had hoe ik beslist niet zou doen .Omdat ik me maar voor de domme hield vroeg ik maar of hij ook wist hoe we dat moesten opruimen. Ik zei dat ik dat wel wist en hij was blij, en zij tegen hem dat hij maar een week bij mij als treinjongen mee moest gaan dan zou ik hem dan goed leren. Het antwoord was dat hij dat nooit zou doen en zich nooit meer met ons zou bemoeien als wij er voor zorgde dat alles goed bleef lopen. Hij is nooit te weten gekomen dat ik hem toch een poot had uitgetrokken.
 

Jo. Schoenmakers  Loc.machinist O.N.1