Home   Brievenrubriek   Medewerking   Vragen   Onderhoud site   Links   Bronnen   Contact   Auteursrechten   Alle fotoalbums

Limburgse mijnen

Staatstoezicht Staatsmijnen

 

zaterdag, 17 april 2010  © Bron Limburgs Dagblad

DE DEUR S L A A T

dicht

interview © Bron Limburgs Dagblad

Ooit was het Staatstoezicht op de Mijnen niet weg te denken uit

Zuid-Limburg. Per september 2010 zal de dienst zijn verdwenen uit deze

provincie. Wiel Miseré (62) uit Landgraaf stopt dan als laatste functionaris

die de ondergrondse zaken in Limburg onder zijn hoede heeft.

© Foto Johannes Timmermans Limburgs dagblad

Nog een paar maanden en het Staatstoezicht op de Mijnen is helemaal verdwenen uit Limburg.
Nadat de heer F.D.J.Büttgenbach per 1 juli 1839 de eerste ‘ingenieur der mijnen’ werd die in Nederland
opereerde, is de dienst niet uit Limburg weggeweest. De hoofdzetel wisselde nog weleens van stad.
In 1985 ging de hoofdvestiging van de dienst van Heerlen naar Den Haag.
Een Limburgse delegatie bleef achter. Wiel Miseré (62) uit Landgraaf is de
laatste in Limburg wonende inspecteur die zich met de Limburgse zaken bemoeit.
Zijn laatste uitvalsbasis is het Business Park Stein in Elsloo, waar hij werkt in een bijkantoor van de provincie
Limburg. In september stopt hij en er komt geen opvolger. De taken met betrekking tot de onderaardse kalksteengroeven
worden verdeeld over drie ambtenaren bij de provincie Limburg.
„Vandaar dat ik hier werk. Ik zit er sinds drie jaar vanwege mijn kennis die ik probeer over te dragen.”
De Landgravenaar vindt het jammer dat de dienst nu voor het eerst sinds de
invoering van de Mijnwet in 1810 niet fysiek meer in Limburg zal zitten.
„Hier is het toch allemaal begonnen. Er is al zo veel van de mijnen verdwenen uit Limburg. Dit is weer een deur die
dichtslaat.” De enige operationele mijn onder zijn toezicht is nu nog de Sibbergroeve.
Daar wordt kalksteen gewonnen. Miseré bekijkt of aan alle voorwaarden, opgenomen in de vergunningen, wordt
voldaan. „We controleren onder andere de breedte van de pilaren en de gangen.
We nemen alles onder de loep wat met de stabiliteit te maken heeft.”
Maar er zijn meer groeves die Miseré onder zijn hoede heeft, waaronder de groeves met toeristische activiteiten, zoals
de kerstmarkten in de Gemeentegrot en Fluweelengrot in Valkenburg.
„In het algemeen hebben we de afspraak met de gidsen dat er direct contact
met mij wordt opgenomen als er veranderingen in de groeve worden opgemerkt.
Dan ga ik kijken, al dan niet met andere deskundigen.”
Ook adviseert Miseré bovengronds. „Bij de bouw van het Casino in Valkenburg
is advies gevraagd omdat het boven een instortingsgebied ligt. Het advies
was niet zo gunstig. Men heeft toen veel in de ondergrond moeten investeren
om veilig te kunnen bouwen.” Ook bij de bouw van het nieuwe
CBS-pand in Heerlen heeft Miseré geadviseerd. „Het gebouw is pal op
schacht III van de Oranje Nassau I gebouwd.
Ze verzochten om een deel van de schacht af te halen, want deze lag te hoog. Na een aantal proefboringen,
naar eventueel aanwezig mijngas, bleek dat geen enkel probleem te zijn.”
Water is altijd een vraagstuk geweest voor het Staatstoezicht op de Mijnen.
Vroeger, maar ook nu nog. Bij het bombardement van Geleen in de Tweede
Wereldoorlog werd een gashouder geraakt door één van de bommen. Hierdoor kwam men tot het besef dat de
mijnwerkers geen kant op konden als de schachten getroffen zouden worden.
Gangenstelsels werden daarom met elkaar verbonden. Dat bracht weer complicaties met zich mee toen de mijnen sloten.
 „Als een mijn dicht gaat, wordt er geen water meer weggepompt,dus dan loopt de mijn vol.
Dan is het vervelend als alle mijnen met elkaar zijn verbonden, want dan loopt het water zo van de gesloten
mijn in nog actieve mijnen.” Men heeft toen in overleg met het Staatstoezicht
op de Mijnen tal van ondergrondse dammen gebouwd. „Dat was een hele klus.”
Het water in de mijnen zorgt ook nu nog voor extra waakzaamheid bij SodM. Na de sluiting van de mijnen
in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw is de steenkolenwinning
in Duitsland nog doorgegaan. Pas in 1994 werd het oppompen van het
mijnwater definitief gestaakt. Als gevolg daarvan is het waterpeil verder
gestegen en zullen ook de ondieper gelegen gangen in de regio Kerkrade
vollopen. De komende tien jaar is dat nog niet aan de orde. „Maar bij SodM willen we bijtijds weten of daar nog
gevaren uit voort zullen vloeien. Daarom wordt de stijging van het mijnwater
goed in de gaten gehouden en doen we daar verder onderzoek naar.”
Miseré kan wel zeggen dat er na de bodemdaling die in het verleden heeft
plaatsgevonden, inmiddels ook al weer sprake is van bodemstijging. „In
Duitsland heeft dat al tot schade geleid. Er zijn gevallen bekend waarbij huizen met een ‘zitkuil’ van dertig
centimeter te maken hebben gekregen. In Brunssum is in begin van de jaren negentig een bodemheffing van
meer dan twintig centimeter gemeten. Dat hoeft niet per se schade op te
leveren, maar het kan wel.” Of er daadwerkelijk schade zal ontstaan, is van veel factoren afhankelijk. Onder
andere van de ligging van geologische breuken in de nabijheid van een
pand, en van de vraag of er steenkoolwinning heeft plaatsgevonden aan
één kant van de breuk en op welke diepte dat is gebeurd. Staatstoezicht op de Mijnen zal dit
watervraagstuk vanaf september vanuit Leidscheveen in de gaten houden.
interview © Bron Limburgs Dagblad

 

Onderstaan 5 penningen die gebruikt werden door staatstoezicht.Aangeleverd door Ed pieters